Archief voor 19 juni 2008

Oogstlied van A.C.W. Staring   5 comments

 
Anthony Christiaan Winand Staring
 
geboren: 24 januari 1767 te Gendringen
overleden: 18 augustus 1840 te Wildenborch, Vorden
 
A.C.W. Staring A.C.W. Staring  Standbeeld A.C.W. Staring
 
Staring was een romantische dichter, een van de weinige de dichtkunst beoefenende Nederlanders die als zodanig bekend staat. Zijn romantische inslag betrof zowel hetgeen waarover hij schreef (o.a. legenden en beschrijvingen van de natuur) als de wijze waarop hij dat deed. Staring was Achterhoeker in hart en nieren, alhoewel geboren in Gendringen bracht hij zijn jeugdjaren in het Zuidhollandse Gouderak en in Gouda door. Zijn vader was in dienst van de VOC uitgezonden naar Kaap de Goede Hoop. De toen zesjarige Anthony werd ondergebracht bij zijn oom, de weduwnaar Jacob Gerard Staringh, die predikant in Gouderak was. Na achtereenvolgens van 1773 tot 1776 de Franse School van Meester Willem Muys en van 1776 tot 1782 de middelbare opleiding aan de Latijnse school te Gouda te hebben gevolgd, vertrok hij in 1783 uit Gouda om verder te gaan studeren. Hij volgde opleidingen aan de Universiteit van Harderwijk en in Göttingen om zich voor te bereiden op het beheer van zijn landgoed De Wildenborch, waar hij zich in 1791 blijvend vestigde.
 
De Wildenborch
 
De manier waarop hij het landgoed exploiteerde was voor die tijd zeer bijzonder. De "landman" Staring had oog voor de natuur, maar ook voor de nood van de mensheid. Zo liet hij op De Wildenborch een school bouwen, waar kinderen van boeren en landarbeiders onderwijs genoten.
Naar Staring is het streekinstituut voor de Achterhoek en Liemers, het Staring Instituut, genoemd. Ook LINT-treinstel 27 van vervoersmaatschappij Syntus is vernoemd naar Staring.
 
Een van de gedichten van Staring is eigenlijk overal in Nederland wel bekend en ik vind het nog steeds één van zijn mooiste gedichten.
 
OOGSTLIED
 
Sikkels klinken,
sikkels blinken,
ruisend valt het graan.
Zie de bindster garen!
Zie in lange scharen,
garf bij garven staan!
 
’t Heter branden
op de landen
meldt de middagtijd;
’t windje, moe van ’t zweven,
heeft zich schuil begeven;
en nog zwoegt de vlijt!
 
Blijde maaiers,
nijvre zaaiers,
die uw loon ontving!
Zit nu rustig neder
galm’ het mastbos weder
als gij juichend zingt.
 
Slaat uw ogen
naar den hoge,
alles kwam van daar!
Zachte regen daalde,
vriendlijk zonlicht straalde
mild op halm en aar.
 
Graan
 

maaien

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Advertentie

Geplaatst19 juni 2008 doorAnn McDunn inKunst